De reeks ‘Basistips fotografie’ is hier om jou de knoppen op je camera net wat beter te leren begrijpen. Dit keer diafragma: dé knop die je achtergrond zo mooi onscherp maakt.
Diafragma
Soms is een object of persoon op een foto heel erg scherp en de achtergrond heel erg wazig. Dit effect heet scherptediepte en komt door diafragma. Diafragma bepaalt hoeveel licht de sensor – het oog van je camera – bereikt. Diafragma werkt in stappen (door fotografen ‘stops’ genoemd): f/1, f/1.1, f/1.2, f/1.4, f/1.6, f/1.8, f/2, f/2.2, f/2.5, f/2.8, f/3.3, f/3.5, f/4, f/4.5, f/5, f/5.6, f/6.3, f/7.1, f/8, f/9, f/10, f/11, f/13, f/14, f/16, f/18, f/20 en f/22.
“Een simpele regel om dit alles te onthouden: hoe hoger het getal hoe donkerder en scherper de foto (klein diafragma), hoe lager het getal hoe lichter de foto en hoe meer scherptediepte er ontstaat (groot diafragma).”
Voorbeelden
Links: f/2.8
(klik op de foto om hem te vergroten)
Op deze foto heb ik gefocust op het blad van het katoenbolletje in het midden. Doordat het diafragma op 2.8 is ingesteld, zie je dat alleen het blad van het katoenbolletje scherp is. De rest is wazig en de achtergrond zie je haast helemaal niet. De bolletjes die in de wazige achtergrond ontstaan (vooral zichtbaar rondom de takken links) heten bokeh.
Rechts: f/5.6
(klik op de foto om hem te vergroten)
Op deze foto heb ik gefocust op het blad van het katoenbolletje in het midden. Doordat het diafragma op 5.6 is ingesteld, zie je dat het blad scherp is, maar ook dat de bruine takken en de glitter takken al iets scherper worden. Tevens wordt het torentje in de achtergrond al een beetje zichtbaar.
Links: f/11
(klik op de foto om hem te vergroten)
Ook op deze foto heb ik op het blad van het katoenbolletje in het midden gefocust. Je ziet dat de takken met f/11 al bijna helemaal scherp zijn en nu ook de auto in de achtergrond zichtbaar wordt.
Rechts: f/20
(klik op de foto om hem te vergroten)
Op deze foto is wederom gefocust op het blad in het midden. Nu is de achtergrond helemaal zichtbaar.
3 Diafragma tips
1. Diafragma werkt in stappen. Elke stap heeft een halvering van het licht in je foto tot gevolg. Als je een hoger getal gebruikt, moet je de sluiter tijd ook verlengen om hetzelfde licht te krijgen. Als je een lager getal gebruikt, moet je de sluitertijd verkorten om dezelfde belichting te krijgen.
2. Als je veel scherpte-diepte in een foto wilt, gebruik dan f/5.6 of lager. Als je gebruik maakt van de zoomfunctie op je cameralens wordt het het effect nog eens versterkt.
3. Een leuke tip van DIY Photography: creër je eigen bokeh, bijvoorbeeld in de vorm van hartjes.
Op veel camera’s kun je het diafragma zelf bepalen en helpt de camera je automatisch aan de juiste sluitertijd. Deze knop heet op Canon camera’s Av en op Nikon camera’s A. Je vindt de knop op kleinere camera’s op het scherm of via de menuknop en op spiegelreflexcamera’s op de boven- of achterkant van de camera.
Bekijk hier de andere delen uit de reeks Basistips fotografie:
- Basistips fotografie: ISO
- Basistips fotografie: Sluitertijd
- Basistips fotografie: Witbalans